Mijn bedoeling is om donderdag in Vezelay te zijn; daar komt dan mijn broer Maarten ook om een paar dagen mee te lopen. Om dat te halen moet ik wel doorlopen. Eerst een etappe van ruim dertig kilometer en daarna een wat kortere naar Vezelay. De eerste etappe is lang maar mooi. Veel door bos en hier en daar wat omhoog en het tweede deel door het dal van de Cure waarin ook Vezelay ligt. 's avonds slaap ik in een gemeenteherberg. Dat is een fenomeen dat wij niet kennen, maar in veel Franse steden en dorpen heeft de gemeente een eigen gite of herberg, waarin je tegen een kleine vergoeding kunt overnachten. Deze herberg in Bessy is vrij nieuw en nadat ik een tweetal formulieren heb ingevuld mag ik er in. Ik ben weer helemaal alleen in een huis waar wel plek is voor twintig man. In het dorp is verder helemaal niets. Geen bakker of winkel en ook geen cafe. Gelukkig krijg ik van de beheerster een blik ravioli zodat ik niet zal omkomen van de honger.
's Nachts word ik wakker met barstende koppijn alsof je twee flessen hele goedkope wijn hebt gedronken; maar dat kan het niet zijn, want ik heb geen druppel op. Dan herinner ik me de verwarming. Die heb ik vergeten uit te zetten in de badkamer en die heeft alle zuurstof opgebruikt. De ramen open en het probleem is voorlopig opgelost.
De volgende morgen ga ik enigszins brak op weg naar Vezelay. Al snel merk ik dat het lopen vandaag niet echt lekker gaat. Nog steeds een beetje koppijn en het lopen kost veel inspanning. Bovendien gaat het voortdurend bergop, zodat ik me gelukkig prijs dat ik niet zo heel ver hoef vandaag. Ik pauzeer regelmatig maar het wil niet echt. Midden in een bos kom ik een paar andere pelgrims tegen uit Troyes en we lopen samen verder. Het is een echtpaar uit Troyes en een priester die samen delen van de route lopen. Jean Pierre, de priester, is 1,60 hoog en weegt 110 kilo. Hij heeft duidelijk moeite om zichzelf en zijn bagage omhoog te slepen, maar hij doet vrolijk zijn best en gaat stug door. Onderweg praten we over het leven als priester in de stad en over wat hij meemaakt. Hij is echt priester geworden uit overtuiging, maar komt af en toe ook in de knel met de regels van de kerk, omdat hij veel te maken heeft met sociale problemen van mensen. Het is een leuk gesprek en ook een hele goeie afleiding van mijn eigen vermoeidheid. Al snel komt Vezelay in zicht en maken we ons op voor de laatste klim. Vezelay ligt boven op een heuvel en is voor pelgrims een van de belangrijkste steden in Frankrijk. Vanaf hier vertrekken pelgrims al eeuwen richting Santiago. Het is ook het startpunt van de Via Lemovicensis (de weg van Limoges), die ik ook zal gaan volgen. Het zicht op Vezelay is spectaculair. De Magdalena kathedraal ligt helemaal op de top van de heuvel en is vanuit de wijde omtrek zichtbaar.
Onderaan de heuvel vlak voor de laatste steile klim naar boven, neem ik afscheid van mijn Franse tochtgenoten. Zij willen nog langs een klooster aan de weg. Ik neem het directe pad naar boven. De laatste klim is bijna teveel van het goede. Het is kort, maar wel loodrecht omhoog en ik ben niet echt in goeden doen, maar ik sleep me naar boven en geheel bezweet en uitgeput bereik ik uiteindelijk de kathedraal en het plein. Het is inderdaad heel indrukwekkend. De oude romaanse kerk is eenvoudig en heeft weinig versieringen en beschilderingen maar wel een hele mooie architectuur en prachtige beelden. Vooral het plateau in de voorhal, waar de pelgrims vroeger werden opgevangen is indrukwekkend. Na de kathedraal te hebben bekeken en even tot rust te zijn gekomen ga ik mijn stempeltje halen bij het parochiehuis waar ik hartelijk wordt ontvangen door een van de monniken. Hem was ik even daarvoor ook al op het steile pad naar boven tegengekomen. Hij geeft me met veel plezier het mooie stempel en dan is het tijd voor een biertje. Het hotel dat ik heb geboekt ligt onderaan de heuvel en gelukkig hebben we een goeie kamer. Maarten meldt per sms dat hij in aantocht is en rond vijf uur arriveert hij inderdaad. Nadat ook hij is geïnstalleerd lopen we een rondje door het dorp en bezoeken nogmaals de kathedraal. Daar is inmiddels een mis aan de gang waarbij prachtig gregoriaans wordt gezongen door een aantal broeders en zusters in lange witte gewaden. Erg indrukwekkend. Omdat we allebei bekaf zijn, hij vanwege de lange reis en ik door de vermoeiende tocht gaan we vroeg naar bed. 's Nachts blijkt dat mijn vermoeidheid overdag niet zomaar was want ik heb een flinke buikgriep te pakken en ben de halve nacht op het toilet in de weer. Laat ik het zo zeggen, buikgriep en een stoma is een interessante combinatie. Maar goed je leert weer bij. De volgende morgen voel ik me gelukkig iets beter en na een bezoekje aan de apotheek voor wat imodium gaan we op pad. We willen ongeveer twintig kilometer lopen, want Maarten is weliswaar niet ongetraind, maar ook niet in topconditie. Helaas miezert het een beetje, maar na een tijdje klaart het weer wat op en kunnen de regenjassen weer worden opgeborgen. Samen lopen is heel gezellig en het lijkt daardoor ook minder zwaar omdat je denk ik meer afleiding hebt. In elk geval hebben we redelijk snel een groot deel van de etappe afgelegd en we zijn zelfs voor vier uur op onze overnachtingsplek in Tannay. Wederom in een bijna uitgestorven dorp, maar wel met een hotelletje. De kamer is redelijk en heeft tenminste een verwarming en een goeie douche wat al heel wat is. Inmiddels hebben ook mijn vrienden Viktor en Aad zich gemeld. Zij zijn met de 93 jarige vader van Viktor op stap en in de buurt om zijn broer te bezoeken die hier dichtbij in de buurt een Chambre d'hote heeft. Ze willen ons graag zien en we spreken af bij het cafe op het plein en inderdaad zitten ze daar keurig op ons te wachten. Het wordt een heel gezellig samenzijn in de dorpskroeg. De vader van Viktor is nog heel vief en praat volop mee over van alles en geniet duidelijk van het uitje. Leuk om hen even gezien te hebben. 's Avonds doen wij het kalm aan en we eten gewoon in het hotel en gaan vroeg naar bed.
vrijdag 2 mei 2014
dinsdag 29 april 2014
Chablis; dag 33
Het lukt me aardig om op tijd in Chablis aan te komen. Daarmee laat ik de l' Aube achter me en ben ik in de Bourgogne. In elk geval heb ik nu genoeg tijd om wat rond te kijken. Ik overnacht in een parochiehuis dat door een oeroude moeder met haar ook al wat oudere dochter wordt gerund. Het is of je zo terug stapt naar de jaren vijftig. Ouderwetse metalen ledikanten met spijlen en kapokmatrassen afgedekt met vaalgroene spreien. Alles is oud en verlopen maar het werkt wel. Dus je kunt er goed verblijven, maar leuk is anders. De stad is klein maar wel gezellig. Veel dure wijnhuizen, maar ook een aantal mooie oude monumenten en ook wel een aantal leuke barretjes en restaurants. Op een van de terrassen zit een jong meisje, ook duidelijk een pelgrim en ik schat in dat ze ook wel naar het parochiehuis zal komen. Nou dat klopt want als ik later terugkom heeft zij inmiddels ook haar intrek genomen. Caro, zoals ze zich voorstelt, is een duits meisje van ik schat 22 dat geheel alleen op pad is gegaan. Als ik haar later vraag, waarom ze onderweg is, aarzelt ze wat en krijgt vochtige ogen en mompelt iets van een kras op de ziel.
Ze vergezelt me bij het eten en we hebben het heel gezellig samen. Caro is eigenlijk zomaar vertrokken uit Jena, zonder boekjes en een geplande route, maar loopt veel op basis van informatie van anderen en op wat ze tegenkomt aan aanwijzingen. Als ik hoor dat ze van plan is morgen naar Auxerre te lopen en via daar naar Vezelay, kan ik het niet laten om haar toch even mijn boekje te geven. Haar route blijkt ruim twee keer zo lang. We praten nog heel gezellig over de toekomst en hoe zij die voor zich ziet. Voor mij is het onvoorstelbaar dat iemand die zo jong is, zomaar op weg gaat en alles achterlaat. Maar ze komt heel stevig over en volgens mij is ze vast van plan dit door te zetten en zal ze zeker eind juni, want dat heeft ze zo gepland in Santiago aankomen.
De volgende morgen nemen we weer hartelijk afscheid en gaan ieder ons weegs
Ze vergezelt me bij het eten en we hebben het heel gezellig samen. Caro is eigenlijk zomaar vertrokken uit Jena, zonder boekjes en een geplande route, maar loopt veel op basis van informatie van anderen en op wat ze tegenkomt aan aanwijzingen. Als ik hoor dat ze van plan is morgen naar Auxerre te lopen en via daar naar Vezelay, kan ik het niet laten om haar toch even mijn boekje te geven. Haar route blijkt ruim twee keer zo lang. We praten nog heel gezellig over de toekomst en hoe zij die voor zich ziet. Voor mij is het onvoorstelbaar dat iemand die zo jong is, zomaar op weg gaat en alles achterlaat. Maar ze komt heel stevig over en volgens mij is ze vast van plan dit door te zetten en zal ze zeker eind juni, want dat heeft ze zo gepland in Santiago aankomen.
De volgende morgen nemen we weer hartelijk afscheid en gaan ieder ons weegs
maandag 28 april 2014
Weer eens contact! dag 31 en 32
Deze zondag heb ik mezelf eerst maar eens getrakteerd op een uitgebreid ontbijt in een goed hotel. In het parochiehuis was helemaal niks te doen en ik had geen zin om zelf brood te kopen en dat dan op dat karige kamertje op te peuzelen. Af en toe moet je een beetje lief zijn voor jezelf. Na het ontbijt voel ik me duidelijk beter en ga ik welgemoed op stap. Nog wel wat onzeker over de vraag hoe mijn teen het zal houden, maar dat valt alleszins mee. De stad ben ik nu wel snel uit. Eerst door een park, langs een kanaaltje waar het stikt van de joggers en dan sta je al gauw in de velden. Na een uurtje zie ik voor me een aantal gedaanten opduiken. Aan de vorm te zien zijn het pelgrims. Ze dragen tenminste rugzakken en ik meen ook stokken te zien. Zou ik Charlotte en Maurice toch weer ingehaald hebben? Kan bijna niet. Dichterbij gekomen blijken het vier Belgische vrouwen te zijn. Twee van hen, Margreet en Mirjam, zijn op weg naar Santiago en de twee anderen zijn een paar dagen op bezoek om een stukje mee te lopen. Ik herinner me ze als eens eerder gezien te hebben in Dinant bij de abdij van Leffe. Onmiddellijk krijg ik lekkere belgische pralines van ze aangeboden en van als vanzelf lopen we samen op. Heerlijk om na vijf dagen alleen weer mensen tegen te komen. Niet dat ik het alleen zijn erg vind, maar vijf dagen is wel lang als je geen geen vreemde oude man wilt worden. Binnen no time worden de bekende onderwerpen behandeld en gaat het over de route, de overnachtingsplekken, andere pelgrims die we zijn tegengekomen en vooral natuurlijk over voetproblemen, want niets is zo fijn als gemeenschappelijk lijden. Na een aantal kilometers samen, gaan we toch weer ieder ons weegs voorlopig, omdat zij in een andere plaats zullen overnachten omdat in de Chambre d'Hote die ik heb geboekt geen plaats meer was. De route is prachtig, door doodstille bossen en langs leuke beekjes; wel een beetje drassig maar ach. Tegen de avond kom in aan op mijn overnachtingsadres, dat het hoogste dorp van de l'Aube blijkt te zijn. De uitbaatster ontvangt me allerhartelijkst en ik krijg een klein huisje achter in de tuin, helemaal voor mezelf. Prima na een lange dag. Lekker bed, goeie douche en voor het eerst kijk ik weer eens TV. De mevrouw van het huis komt 's avonds een uitgebreide maaltijd brengen en direct nadat ik die op heb val ik in slaap.
's Morgens ben ik al weer vroeg op pad, omdat ik een flink stuk wil lopen en op tijd wil aankomen en dan tijd wil hebben om aan dit blog te werken. Sinds Troyes is er nergens internet en zelfs de mobiele telefoon werkt de meeste tijd niet in dit deel van Frankrijk. Eigenlijk verbaast me dat niet, want de dorpen zijn hier allemaal doodstil. Een enkele blaffende hond, een tractor die voorbij komt, maar weinig leven en al helemaal geen voorzieningen zoals winkels. Je ziet hier echt de ontvolking van het platteland. Dat wordt nog extra bevorderd door de Franse neiging om op een aantal plekken vreselijk lelijke weidewinkels neer te plempen. Daardoor overleven de locale middenstanders niet en trekken nog meer mensen weg.
Als ik in de middag aankom bij mijn volgende adres, blijkt dit een erg chique B&B te zijn met eigen opgang, heerlijke pullman bedden en een designbadkamer. Erg smaakvol en mooi. Verder is er in het grote dorp helemaal niets, behalve dan aan de rand de al eerder genoemde weidewinkels en een vage pizzeria, waar ik overigens 's avonds een prima pizza eet aan een formica tafel, terwijl buiten de vrachtwagencombinaties voorbij denderen. Dat is hier echt een plaag. Door de intensieve landbouw is er veel zwaar verkeer en rondwegen kennen ze bijna niet.
Na de pizza met koude rode wijn werk ik nog wat aan mijn mail en blog en duik dan al weer vroeg onder de wol. Morgen wil ik op tijd vertrekken om nog wat aan mijn middag te hebben in Chablis, waar ik zal overnachten
's Morgens ben ik al weer vroeg op pad, omdat ik een flink stuk wil lopen en op tijd wil aankomen en dan tijd wil hebben om aan dit blog te werken. Sinds Troyes is er nergens internet en zelfs de mobiele telefoon werkt de meeste tijd niet in dit deel van Frankrijk. Eigenlijk verbaast me dat niet, want de dorpen zijn hier allemaal doodstil. Een enkele blaffende hond, een tractor die voorbij komt, maar weinig leven en al helemaal geen voorzieningen zoals winkels. Je ziet hier echt de ontvolking van het platteland. Dat wordt nog extra bevorderd door de Franse neiging om op een aantal plekken vreselijk lelijke weidewinkels neer te plempen. Daardoor overleven de locale middenstanders niet en trekken nog meer mensen weg.
Als ik in de middag aankom bij mijn volgende adres, blijkt dit een erg chique B&B te zijn met eigen opgang, heerlijke pullman bedden en een designbadkamer. Erg smaakvol en mooi. Verder is er in het grote dorp helemaal niets, behalve dan aan de rand de al eerder genoemde weidewinkels en een vage pizzeria, waar ik overigens 's avonds een prima pizza eet aan een formica tafel, terwijl buiten de vrachtwagencombinaties voorbij denderen. Dat is hier echt een plaag. Door de intensieve landbouw is er veel zwaar verkeer en rondwegen kennen ze bijna niet.
Na de pizza met koude rode wijn werk ik nog wat aan mijn mail en blog en duik dan al weer vroeg onder de wol. Morgen wil ik op tijd vertrekken om nog wat aan mijn middag te hebben in Chablis, waar ik zal overnachten
zaterdag 26 april 2014
Troyes; dag 31
Het parochiehuis van de broeders Marianisten ligt in Méry sur Seine aan de rivier de Seine. Dat is heer een vrij onbetekenend stroompje dat eigenlijk niet de naam van rivier mag hebben, maar meer een forse beek is. Heel anders dan in Parijs. Er vlak naast loopt een oud kanaal wat vroeger gebruikt werd voor de scheepvaart, maar nu een natuurgebied is met een mooi fiets/wandelpad aan de ene kant en een aan de andere kant een natuurpad. Het loopt tot aan Troyes, wat mijn doel is voor vandaag en ik ga dus alleen maar rechtuit. Het is een mooie wandeldag en hoewel het een rechte weg is, valt er genoeg te beleven. Links en rechts bos en gras en in het kanaal veel vissen en vogels. Er is flink geïnvesteerd om er iets van te maken. Om de zoveel kilometer een sluis die vroeger voor de scheepvaart werd gebruikt. Na een aantal uren flink doorstappen eindigt het kanaal en kom ik in de voorsteden van Troyes. Het blijkt nog een hele tippel naar het centrum. En wat is het allemaal lelijk en chaotisch. Dat belooft wat. Het centrum van Troyes blijkt, als ik er eindelijk aankom, prachtig te zijn. Oude vakwerkhuizen in allerlei kleuren, geel, bruin en roze. Het ziet er oeroud uit. Helaas is er lang niet overal gerestaureerd, waardoor er geen samenhangend geheel is ontstaan. Ziet eruit als een gemiste kans, want het zou volgens mij een toeristische topper kunnen zijn met wat aandacht en beleid. Er valt buiten de architectuur in de stad zelf nu overigens niet zoveel te beleven. Wel veel bijzondere en mooie kerken en oude huizen.
Ik slaap vannacht weer in een parochiehuis van de kerk, maar het wordt me niet duidelijk door wie het nou echt geëxploiteerd wordt. De kamer is in elk geval goed en goedkoop. Al met al valt het me een beetje tegen, maar misschien komt dat ook omdat het miezert en dat draagt niet bij aan de stemming
Ik slaap vannacht weer in een parochiehuis van de kerk, maar het wordt me niet duidelijk door wie het nou echt geëxploiteerd wordt. De kamer is in elk geval goed en goedkoop. Al met al valt het me een beetje tegen, maar misschien komt dat ook omdat het miezert en dat draagt niet bij aan de stemming
Abonneren op:
Posts (Atom)





